• photo5edit

  • photo3edit

  • photo2edit

Wat is hoogbegaafdheid?

In de literatuur zijn vele verschillende theoretische definities van hoogbegaafdheid te vinden. Het ontbreken van helderheid maakt het voor onderwijsprofessionals lastig om hoogbegaafdheid te signaleren. Om beter te begrijpen wat hoogbegaafdheid in de praktijk is, zal eerst een korte theoretische beschrijving worden gegeven.

Biologisch gezien hebben hoogbegaafde leerlingen veel meer hersenverbindingen dan leerlingen met een IQ van 100. Ook kunnen hoogbegaafden op deze hersenverbindingen veel meer informatie dragen. Het zijn “divergente denkers”, ze kunnen gevoelens, gedrag en denkbeelden heel intens beleven. Ze hebben weinig herhaling nodig en onthouden informatie die hen interesseert na het een keer gehoord te hebben.

Ik zal de Multifactorenmodel van Mönks hieronder uiteenzetten. Er zijn wederom veel modellen maar deze is de meest bekende. Zo laat dit model zien dat er  verschillende factoren zijn die van invloed zijn op de ontwikkeling van hoogbegaafdheid.

multifactorenmodel

 

Een eerste factor is de aanwezigheid van een hoge mate van intelligentie bij de leerling. Dit kan gemeten worden aan de hand van een intelligentietest en wordt meestal uitgedrukt in een IQ-score. Een precieze grens wordt vaak niet gegeven, maar algemeen wordt aangenomen dat we van hoogbegaafdheid speken bij een IQ-score vanaf ongeveer 130 en hoger. Het is echter niet zo dat een kind met een gemeten IQ van 125 per definitie niet hoogbegaafd is. Men moet altijd rekening houden met het feit dat een IQ-test een momentopname betreft. Mijn mening is dat een IQ-score alleen een weergave is van hoe de intelligentie van het kind op dat moment eraan toe is. Een kind dat aan het onderpresteren is, zou een lagere score kunnen behalen…

De Canadese wetenschapper François Gagné maakte na wetenschappelijk onderzoek op basis van deze aanname een indeling in vier groepen (hoog)begaafden:
  • Begaafde leerlingen (IQ 120-130)
  • Hoogbegaafde leerlingen (IQ 130-145)
  • Zeer hoogbegaafde leerlingen  (IQ 145-152)
  • Exceptioneel hoogbegaafde leerlingen (IQ >152)
Door de ondergrens te leggen bij een intelligentiequotiënt van 120 definieert Gagné de doelgroep (hoog)begaafden van een school tot 10% van alle leerlingen, uitgaande van een normaalverdeling. Hoe hoger de intelligentie, des te kleiner het aantal leerlingen in de groep wordt.

Een tweede belangrijke factor is de hoge mate van creativiteit die de leerling laat zien. In dit geval wordt onder creativiteit het vermogen om bijvoorbeeld iets origineels te bedenken verstaan (buiten de gegeven kaders te denken). Dat kan een oplossing voor een bepaalde som zijn, maar het kan ook een vraag zijn die niemand anders zou bedenken.

Een derde factor is de aanwezigheid van een grote motivatie (bij een zelfgekozen onderwerp). De enorme gedrevenheid, het doorzettingsvermogen en het plezier dat getoond wordt bij het uitvoeren van die zelfgekozen opdracht is bij hoogbegaafde leerlingen werkelijk bijzonder.

Zijn deze factoren allemaal in hoge mate aanwezig bij de leerling, dan hebben we waarschijnlijk te maken met een hoogbegaafde leerling. Het komt echter ook voor dat deze kenmerken niet altijd even duidelijke aanwezig zijn. De drie genoemde factoren worden beïnvloed door enkele sociale omgevingsfactoren. Zo spelen het gezin, de school en de vrienden van de leerling een belangrijke rol in de ontwikkeling en het tot uiting komen van de begaafdheid. Deze sociale factoren kunnen zowel een negatieve als een positieve uitwerking hebben op de ontwikkeling van het kind. Wanneer een leerling opgroeit in een gunstige (leer)omgeving, zal het zijn of haar begaafdheid beter kunnen laten zien. Bij een onderzoek dient dan ook niet alleen gekeken te worden naar de biologische factoren van de leerling (intelligentie), maar net zo belangrijk, ook naar de sociale omgevingfactoren (school, gezin en vrienden).

Hoogbegaafde kinderen zijn niet gewoon versierde normale kinderen. Ze zijn fundamenteel anders. Een kind met een IQ van 145 is net zo verschillende van het normale IQ van 100 als een kind met een IQ van 55. Er zijn niet veel deskundigen die ouders van een kind met een IQ van 55 zouden adviseren om dat kind in de eerste plaats als normaal kind te beschouwen en af en toe als zwakbegaafd.

De emotionele intensiteit en de overweldigende energie van hoogbegaafde kinderen kan moeilijk over het hoofd gezien worden, vooral niet door hun ouders. De ervaringen en mogelijkheden van deze kinderen verschillen van die van de kinderen die zich op een meer standaard manier ontwikkelen. Naast de hoger ontwikkelde intellectuele vaardigheden en speciale talenten hebben deze kinderen ook een speciale manier waarop zij de wereld beschouwen, kwalitatief, kwantitatief of allebei tegelijk. Niet alleen het waarnemen van de wereld is anders, ook het verwerken van hun ervaringen loopt vaak anders, en dat maakt hoogbegaafde kinderen vaak intenser, sensitiever en ze schieten makkelijk in extreme gemoedstoestanden: heel erg gelukkig of vol wanhoop. In Nederland zijn deze eigenschappen echter niet in de standaardlijstjes met belangrijke kenmerken van hoogbegaafde kinderen opgenomen.

En hun gedrag, dat afwijkt van de norm, kan ook op veel onbegrip rekenen. Hun opwinding wordt gezien als excessief, hun niet stil kunnen zitten van opwinding wordt gezien als ADHD gedrag, hun eeuwig doorvragen wordt gezien als zeuren of als ondermijnen van de autoriteit, hun verbeeldingskracht wordt gezien als gebrek aan realiteitszin, hun passie wordt gezien als obsessief gedrag of syndroom van Asperger, hun sterke emoties worden gezien als kinderachtig en hun creatieve eigenzinnigheid wordt gezien als tegendraads.
Het is natuurlijk treurig dat iets exceptioneels, iets dat afwijkt van de norm, gezien wordt als abnormaal. En dat ‘abnormaal’ meestal iets slechts, iets irritants of iets negatiefs betekent, terwijl ‘normaal’ voor geaccepteerd of goed staat. Een hoogbegaafd kind, intensief en sensitief als het is, kan echter niet binnen de normen passen. Als het dat probeert, en elk hoogbegaafd kind doet dat in min of meerdere mate, ontkent het een belangrijk, bepalend deel van zichzelf.

We zijn gewend om te kijken naar de ontwikkeling van kinderen volgens het gebaande pad van baby, peuter, kleuter, schoolkind, puber, adolescent, volwassene. Binnen deze ontwikkelingsfasen zijn er standaard gedragskenmerken gedefinieerd, waaraan kinderen min of meer moeten voldoen. Als het kind zich niet volgens deze standaarden ontwikkelt komt het al snel in een hulpverleningcircuit terecht. Het kind voldoet niet aan de norm. Hoogbegaafde kinderen maken echter vaak een heel eigen ontwikkeling door, die juist niet volgens de standaard verloopt, maar voor het individuele kind een gezonde, vanzelfsprekende ontwikkeling is. In Amerika hebben diverse psychologen, psychiaters, pedagogen en orthopedagogen onderzoek gedaan naar deze andere manier van ontwikkelen. Kazimierz Dabrowski is de grondlegger van een theorie die hoogbegaafde kinderen (en volwassenen) op een andere manier bekijkt.

Volgens Dabrowski kan dit op vijf gebieden:

  1. Intellectuele overgevoeligheid. Nieuwsgierig zijn, moeilijke vragen stellen, concentratie, probleem oplossen, theoretisch denken, allemaal kenmerken die hierbij horen. Deze kinderen hebben een erg actief brein. Ze verslinden boeken. Houden van ingewikkelde puzzels, kunnen zich lang alleen vermaken en over dingen nadenken, vooral over morele zaken. Kunnen ongeduldig worden als anderen niet hun enthousiasme delen over een idee.
  2. Overgevoelige verbeeldingskracht. Hebben vaak denkbeeldige vriendjes. Spelen graag toneel, dagdromen, maken gebruik van metaforen. Als jonge kinderen kunnen ze werkelijkheid en fantasie door elkaar halen en ze kunnen in de klas makkelijk afgeleid worden door hun eigen fantasievolle beelden in hun hoofd.
  3. Emotionele overgevoeligheid. Maken zich meer zorgen en reageren heftig op hun omgeving. Hechten zich erg sterk aan personen, plaatsen en dingen, wat anderen vaak overdreven vinden. Voelen erg mee met anderen. Hebben vaak woedeaanvallen, die veroorzaakt kunnen worden door het verliezen van een spelletje, in de steek gelaten voelen, hun zin niet krijgen of niet de beste zijn.
  4. Psychomotorische overgevoeligheid. Bewegen erg veel, hebben veel energie; praten snel, erg enthousiast, zoeken actie en kunnen dan erg impulsief zijn. Zelf hebben ze hier meestal geen last van, vinden juist heel veel dingen leuk, anderen kunnen dit echter te overweldigend vinden. Zo kunnen ze op school bijv. ook heel moeilik stil zitten en hun mond houden. Deze kinderen hebben een grote kans om een misdiagnose van AD(H)D te krijgen. ADVIES: stressballetjes voor in de klas, kunnen ze toch de beweging kwijt die ze nodig hebben.
  5. Zintuiglijke overgevoeligheid. Beleven het zien, ruiken, aanraken, proeven en horen in een veel hogere mate dan het gemiddelde kind. Kunnen last hebben van de labeltjes in hun kleren en de zomen in hun sokken. Fluorescerend licht kan voor hoofdpijn zorgen. Vinden textuur van eten belangrijk. Worden doodmoe van alle geluiden in de klas. Behalve last hebben van deze overgevoeligheid, kunnen mensen deze ook benutten, bijv. bij muziek, taal, kunst en voedsel.

Het is moeilijk om een hoogbegaafd kind te vinden zonder minstens één van de overexcitabilities. Ongelukkig genoeg is het wel zo dat hoe sterker één of meer overexcitabilities aanwezig zijn, hoe meer problemen men ermee krijgt in de omgeving, dat zich bijvoorbeeld uit in een moeilijke aansluiting bij leeftijdsgenoten of onbegrepen zijn door een leerkracht. Door meer begrip te ontwikkelen over de hoge prikkelgevoeligheid, die nu eenmaal een onverbrekelijk onderdeel is van de persoonlijkheid van het kind, komt er ruimte voor tolerantie of acceptatie en, hopelijk, zelfs appreciatie.

De allermooiste definitie die ik tot nu toe heb gevonden is deze:

” Giftedness is asynchronous development in which advanced cognitive abilities and heightened intensity combine to create inner experiences and awareness that are qualitatively different from the norm. This asynchrony increases with higher intellectual capacity. The uniqueness of gifted children renders them particularly vulnerable and requires modifications in parenting, teaching and counseling in order for them to develop optimally.” (The Columbus Group, 1991), zie ook Christine S. Neville, artikel voor Davidson Institute for Talent development

Hier zien we in een aantal belangrijke kenmerken van hoogbegaafdheid: asynchronische ontwikkeling, hoge intellectuele capaciteiten, intens en hogere bewustzijn die  kwalitatief afwijken van de norm. Zegt voldoende.

 Onderpresteren

We spreken van onderpresteren wanneer een kind gedurende een langere tijd minder presteert dan van haar of haar reëel bezien verwacht mag worden. Voor een hoogbegaafd kind betekent het vaak dat de prestaties gemiddeld tot benedengemiddeld zullen zijn. Hierbij gaat het niet alleen om cognitief onderpresteren, maar regelmatig ook om sociaal onderpresteren. Onderpresteren kan al op zeer jonge leeftijd voorkomen. Soms krijgen we te maken met kinderen uit groep 1-3 die niet (meer) laten zien wat ze eigenlijk in hun mars hebben. Veel onderpresteerders komen in de problemen.

In de literatuur zijn diverse verklaringen voor het onderpresteren van kinderen te vinden. Voor veel hoogbegaafde kinderen geldt dat zij op school gemerkt hebben dat zij anders zijn dan de andere kinderen in de klas. Ze leren bijvoorbeeld sneller, ze kunnen al dingen die de anderen nog niet kunnen, ze hebben interessegebieden (hobby’s) die anderen niet hebben, ze stellen vragen waar een ander nooit aan zou denken, etc. Maar, net als alle andere kinderen in de klas, willen ook zij graag geliefd zijn of, in ieder geval niet buitengesloten worden. Veel hoogbegaafden verstoppen daarom een deel van zichzelf en gaan het gedrag van anderen kopiëren, om zo de aansluiting met de klas te behouden.

Zodra het kopieer- en aanpassingsgedrag van het kind begint, ontstaat er een neerwaartse spiraal die de emotionele en cognitieve toestand van het kind met zich meesleurt. Er ontstaat een situatie waarbij het welbevinden, het leerproces, de autonomie en de identiteit van het kind steeds minder positief wordt. Niet zelden is een hoogbegaafde onderpresteerder er na verloop van tijd van overtuigd, dat zij het domste kind van de klas is. Sommige kinderen houden het kopieer- en aanpassingsgedrag lang vol, anderen gaan al heel snel in de contramine.

Een kind dat onderpresteert, heeft vaak niet alleen studieproblemen, maar ook het zelfbeeld wordt steeds minder positief en het kind verliest de motivatie om te leren steeds meer. Een deel van deze kinderen (vooral meisjes) probeert een vorm van autonomie te bevechten zodat, het zelfbeeld overeind gehouden kan worden. Het kind probeert ruimte voor zichzelf te creëren gedrag vertonen dat wel of, meer sociaal geaccepteerd is. Dit kan zelfs zo ver gaan dat het kind kenmerken van ADHD of autisme gaat vertonen of, dat het totaal niets meer doet en alles maar over zich heen laat komen. Het aantal depressieve kinderen ligt bij deze groep hoger dan bij andere scholieren.

Lezing hoogbegaafdheid Kinderpraktijk WijchenEen belangrijk gevolg van het onderpresteren is dat hoe langer het voortduurt, hoe meer ‘geschiedenis’ een kind met zich meeneemt. Het wordt voor het kind dan steeds moeilijker om de motivatie om te leren weer terug te vinden. In de praktijk zien we deze kinderen helaas veel te vaak afglijden naar een lager niveau. Soms glijden ze zelfs meerdere niveaus af en komen zij uiteindelijk op bijv. het VMBO terecht. Ook leidt de enorme demotivatie die hierbij optreedt, er regelmatig toe dat deze kinderen zonder het behalen van een diploma de school verlaten.

Maar wat kunnen we doen met een kind dat al aan het onderpresteren is? Met een goede begeleiding kan de ingezette neerwaartse spiraal gekeerd worden. Een open communicatie en een goede samenwerking tussen het kind, de ouders en de school is daarbij van groot belang. Vroegtijdig afgegeven signalen van onderpresteren (van het kind of de ouders) zullen serieus aanpakt moeten worden. Veel hoogbegaafde onderpresteerders klagen bijvoorbeeld al vanaf het begin dat zij naar school gaan over de verveling die zij op school ondervinden. De lessen zijn saai of te gemakkelijk, de verrijkingsstof is niet interessant en biedt geen uitdaging, het hoogbegaafde kind wordt op school niet extra begeleid, etc. Ook een veilig klassenklimaat is van groot belang voor het welbevinden van het hoogbegaafde kind. In een klas waarin het kind zich veilig voelt, zal het zich niet snel hoeven aan te passen. Ook een hoogbegaafd kind zal zich in zijn of haar kwaliteiten gewaardeerd willen voelen. Een onderwerp als hoogbegaafdheid kan bijvoorbeeld in de klas bespreekbaar gemaakt worden door een leerkracht, zodat bij de klasgenootjes meer begrip kan ontstaan.

 

Onderzoek

In de diagnostiek van hoogbegaafde kinderen is het belangrijk dat er rekening gehouden wordt met mogelijke onderpresteren van het kind of faalangst (door perfectionisme of onzekerheid).

Een IQ-test geeft meer inzicht in de cognitieve capaciteiten van het kind, maar om een volledig beeld te krijgen wordt meestal een volledig onderzoek aangeraden waarbij ook gekeken wordt naar de psychosociale ontwikkeling.

Wenst u meer informatie over hoogbegaafdheid en psychodiagnostiek, neemt u gerust contact met mij op! Een adviesgesprek is altijd mogelijk om u en uw kind te ondersteunen in uw proces. Mocht, naar aanleiding van een adviesgesprek, een onderzoek wenselijk blijken te zijn, dan vervallen de kosten van het adviesgesprek!

Share Button

© Kinderpraktijk Wijchen oktober 2012 Design door: Thomas Vink Webdesign