• photo5edit

  • photo3edit

  • photo2edit

Kenmerken van hoogbegaafde kinderen

Ik ben van mening dat elk kind/persoon anders is en vind het altijd lastig om met kenmerken te komen. Ik verzet me werkelijk tegen het stereotiep beeld van het onhandig slim kindje met een brilletje.  Met de volgende kenmerken kan ik me wel goed vinden. Deze zijn te vinden in Misdiagnosis and Dual diagnosis of Gifted Children and Adults van Webb.

Kenmerkend gedrag van hoogbegaafde kinderen:

  • beter begrip van subtiele taal
  • grotere aandachtspanne; doorzettingsvermogen
  • intens en sensitief
  • in veel verschillende dingen geïnteresseerd
  • ontzettend nieuwsgierig en veel vragen stellen
  • interesse in experimenteren en dingen anders doen
  • ideeën of dingen anders en creatief ‘in elkaar zetten’ dan verwacht wordt (divergent denken)
  • basisvaardigheden sneller leren met minder oefening
  • veel informatie kunnen ophalen; ongewoon goed geheugen
  • rijke fantasiewereld
  • ongewoon gevoel voor humor
  • graag mensen en dingen willen organiseren

Door de hierboven genoemde gedragingen, worden kinderen vaak doorverwezen naar bv. een psycholoog, omdat ze gezien worden als probleemgedrag. Ze komen daar door bv. de volgende vragen/redenen:

  • Mijn kind is ontzettend actief en heeft een lage impulscontrole, heeft hij misschien AD(H)D?
  • Dit kind is te serieus voor haar leeftijd, maakt zich overal zorgen over, is ze misschien depressief?
  • Hij is altijd bezig met dingen, haalt dingen uit elkaar. Waarom kan hij dingen niet met rust laten?
  • Voor iemand die zo slim is, kan hij niet echt logisch nadenken. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat hij ‘normale’ dingen begrijpt?
  • Zij is perfectionistisch; ze verwacht veel te veel van zichzelf en van anderen.
  • Ze slaapt erg weinig, maar heeft levendige dromen, soms zelfs nachtmerries.
  • Hij plast in zijn bed en wandelt in zijn slaap.
  • Ze is erg sensitief. Ik moet de labels uit haar kleren knippen en ze klaagt dat het felle licht haar afleidt op school.
  • Hij lijkt te emotioneel; hij raakt erg gefrustreerd als hij zijn doel niet haalt en krijgt dan woedeaanvallen.
  • Hij lijkt geen taken af te kunnen maken. Zijn kamer en bureau zijn ontzettend rommelig. Hij vergeet werk in te leveren dat hij wel afgemaakt heeft.
  • Hij heeft moeite om met zijn leeftijdgenoten om te gaan. Hij speelt de baas en deelt niet de interesses die andere kinderen van zijn leeftijd hebben. Hij gaat liever met oudere kinderen of volwassenen om.

Een kenmerk dat we vaak tegenkomen bij hoogbegaafde kinderen is dat ze erg intens zijn; ze kunnen van bepaalde dingen ontzettend enthousiast raken, er zelfs overprikkeld door raken. Hier komen de raakvlakken met Hoogsensitiviteit goed tot uiting.Volgens Dabrowski kan dit op vijf gebieden:

  1. Intellectuele overgevoeligheid. Nieuwsgierig zijn, moeilijke vragen stellen, concentratie, probleem oplossen, theoretisch denken, allemaal kenmerken die hierbij horen. Deze kinderen hebben een erg actief brein. Ze verslinden boeken. Houden van ingewikkelde puzzels, kunnen zich lang alleen vermaken en over dingen nadenken, vooral over morele zaken. Kunnen ongeduldig worden als anderen niet hun enthousiasme delen over een idee.
  2. Overgevoelige verbeeldingskracht. Hebben vaak denkbeeldige vriendjes. Spelen graag toneel, dagdromen, maken gebruik van metaforen. Als jonge kinderen kunnen ze werkelijkheid en fantasie door elkaar halen en ze kunnen in de klas makkelijk afgeleid worden door hun eigen fantasievolle beelden in hun hoofd.
  3. Emotionele overgevoeligheid. Maken zich meer zorgen en reageren heftig op hun omgeving. Hechten zich erg sterk aan personen, plaatsen en dingen, wat anderen vaak overdreven vinden. Voelen erg mee met anderen. Hebben vaak woedeaanvallen, die veroorzaakt kunnen worden door het verliezen van een spelletje, in de steek gelaten voelen, hun zin niet krijgen of niet de beste zijn.
  4. Psychomotorische overgevoeligheid. Bewegen erg veel, hebben veel energie; praten snel, erg enthousiast, zoeken actie en kunnen dan erg impulsief zijn. Zelf hebben ze hier meestal geen last van, vinden juist heel veel dingen leuk, anderen kunnen dit echter te overweldigend vinden. Zo kunnen ze op school bijv. ook heel moeilik stil zitten en hun mond houden. Deze kinderen hebben een grote kans om een misdiagnose van AD(H)D te krijgen. ADVIES: stressballetjes voor in de klas, kunnen ze toch de beweging kwijt die ze nodig hebben.
  5. Zintuiglijke overgevoeligheid. Beleven het zien, ruiken, aanraken, proeven en horen in een veel hogere mate dan het gemiddelde kind. Kunnen last hebben van de labeltjes in hun kleren en de zomen in hun sokken. Fluorescerend licht kan voor hoofdpijn zorgen. Vinden textuur van eten belangrijk. Worden doodmoe van alle geluiden in de klas. Behalve last hebben van deze overgevoeligheid, kunnen mensen deze ook benutten, bijv. bij muziek, taal, kunst en voedsel.

Er zijn twee verschillende denkstijlen

  1. Auditieve-sequentiële stijl. Erg verbaal, concreet, sequentieel, lineair. Doen graag één taak per keer, op een ordelijke, nette, precieze manier. Mensen die op deze manier denken en leren houden van net materiaal om mee te werken, een nette werkplaats en zijn erg serieus in het verkrijgen van feiten en details. Ze houden van perfectie. Wat moeilijker voor ze is, is taken waarbij intuïtie of synthese voor nodig is, zoals sociale interactie. Als dit erg extreem is, kan het lijken (en is soms echt zo) dat deze mensen aan de stoornis van Asperger leiden. Een lawaaierige, rommelige omgeving met onduidelijke verwachtingen is niets voor deze mensen. Redeneren deductief, vanuit een overkoepelend principe beredeneren ze de logische implicaties.

Problemen bij hoogbegaafde kinderen met deze denkstijl: nemen dingen vaak te serieus, hechten teveel waarde aan regels waardoor ze weinig spontaan kunnen zijn. Anderen kunnen hen zien als depressieve mensen, ook al hebben zij zelf vrede met hun leefstijl. Zijn soms ook te perfectionistisch, kunnen daardoor gediagnosticeerd worden met obsessief-compulsieve stoornis. Vinden het ook vaak moeilijk om dingen vanuit iemand anders zijn kant te bekijken, zijn ongeduldig daarin. Leggen hoge verwachtingen op voor zichzelf en voor anderen. Kunnen niet goed bedenken wat ‘normaal’ is; denken dat iedereen dingen even makkelijk snapt als zij. Vinden dan al snel dat anderen lastig zijn als ze iets niet aan willen nemen.

  1. Visueel-ruimtelijke stijl. Zijn open-ended in hun manier van denken en dingen doen, zijn niet geïnteresseerd in feiten en details. Ze willen het overzicht en het grotere plaatje zien. Houden ervan om te improviseren, zijn divergente denkers die graag willen weten wat er gebeurd als ze iets doen op een niet-traditionele manier. Houden niet van gesloten, gestructureerde opdrachten. Een rigide, gestructureerde omgeving met veel regels en veel consequenties voor het breken van deze regels is niets voor deze mensen. Redeneren inductief; trekken uit verschillende dingen een algemene overkoepelende conclusie, synthetiseren meer.

Problemen bij hoogbegaafde kinderen met deze denkstijl: Op school wordt vaak les gegeven in voordeel van de auditief-sequentiële denker, waardoor deze kinderen vaak worden gezien als lui en onderpresteerders. Dit kan tot strijd leveren tussen kind en leerkracht, wat voor een diagnose van ODD kan zorgen. Hun divergente manier van denken, zorgt ervoor dat ze graag willen weten of dingen ook op de niet-traditionele manier kunnen, hierdoor zullen ze tot aan het randje van de regels of er zelfs overheen gaan.

Vaak wordt er van hoogbegaafde kinderen verwacht dat ze omdat ze zo intelligent zijn, ook goede executieve functies hebben (plannen, impuls-controle, oordelen, aandacht). Dit hoeft echter niet zo te zijn en is vaak zelfs niet zo. Een kind van 6 met een intelligentie van een kind van 12, heeft misschien wel de executieve functies van een kind van 5. Hierdoor worden kinderen vaak als lastig of dom beschouwd door mensen, ‘hij zou toch beter moeten weten, hij is slim’. Men moet er echter wel bij stil staan dat deze executieve functies zich veel later ontwikkelen (pas rond de leeftijd van 16-20) dan academische functies, zoals lezen, rekenen en taal.

Ook doordat deze kinderen zo nieuwsgierig zijn en zo graag dingen willen weten, vergeten ze soms wel eens dat het niet netjes is om dat soort dingen te vragen. Daar speelt weer die overgevoeligheid voor informatie op.

Share Button

© Kinderpraktijk Wijchen oktober 2012 Design door: Thomas Vink Webdesign