• photo5edit

  • photo3edit

  • photo2edit

Versnellen van hoogbegaafde kinderen

Kinderen die hoogbegaafd of begaafd zijn, hebben vaak een aangepast programma nodig op school. De vraag is echter of dat school voldoende uitdaging kan bieden aan deze kinderen of dat het beter is deze kinderen één of twee klassen over te laten slaan. Voor ouders een lastige keuze, des te meer omdat de omgeving het er vaak niet makkelijker op maakt. Cognitief kunnen deze kinderen het misschien wel aan, maar hoe gaat het sociaal-emotioneel?

Uit internationaal onderzoek blijkt dat versnellen vrijwel altijd positief uitpakt, zeker op cognitief gebied. De effecten op het sociaal en emotioneel welbevinden zijn wat complexer, maar in elk geval niet negatief. Toch komt ook uit onderzoek naar voren dat leerkrachten vaak weerstand bieden. Dit lijkt vooral zo te zijn, doordat zij weinig ervaring met versnellen hebben.

Het versnellen van (hoog)begaafde jeugd is één van de meest onderzochte onderwerpen op onderwijsgebied. Alhoewel versnelling op verschillende manieren gebeurt, worden de volgende drie vormen het meest onderzocht: sneller starten met de basisschool, sneller starten met het voortgezet onderwijs en een klas overslaan. Uit deze onderzoeken blijkt telkens weer dat er geen bewijs gevonden kan worden dat versnellen negatieve sociale of negatieve effecten heeft. Uit veel onderzoeken blijkt wel bewijs voor positieve effecten. Voorbeelden hiervan zijn dat versnelde hoogbegaafden als een groep:

  • aangeven goedlopende sociale relaties te hebben
  •  een positief zelfbeeld en zelfvertrouwen hebben
  •  afhankelijker worden, meer leiderschap gaan vertonen
  •  hogere onderwijsaspiratie te krijgen.

Verschillende longitudinale onderzoeken (onderzoeken waarbij een kind voor langere tijd op meerdere tijdstippen gevolgd wordt) geven aan dat de lange termijn effecten van versnelde hoogbegaafde leerlingen zijn dat ze op sociaal-emotioneel gebied juist goed scoren.

Al met al is te concluderen dat de vaakgenoemde bezorgdheid over sociaal-emotionele problemen door versnellen niet ondersteund wordt door wetenschappelijke literatuur. Er is geen bewijs gevonden voor het feit dat versnelde hoogbegaafden als een groep problemen zullen hebben om vrienden te maken, niet goed overweg kunnen met anderen, gestresst of depressief raken.

Er zijn echter wel onderzoeken waaruit blijkt dat er individuele gevallen van versnelde hoogbegaafden bestaan die wel aanpassingsproblemen vertonen. Daarom kan er niet zomaar geconcludeerd worden dat het voor alle (hoog)begaafde kinderen goed is eerder met de basisschool of voortgezet onderwijs te beginnen, of een klas over te slaan.

Adviezen die men in gedachten moet houden bij het laten versnellen van (hoog)begaafde kinderen:

  • Het zou routine moeten worden om goed te bekijken of (hoog)begaafde kinderen wel of niet in aanmerking komen voor een versnelling, vooral voor het overslaan van een klas.
  • Het overslaan van een klas moet altijd een optie blijven, deze optie mag niet zomaar van tafel worden geveegd.
  • Scholen zouden hier een protocol voor moeten hebben, zodat zij ouders en leerkrachten beter kunnen begeleiden in hun keuze.
  • Leerlingen waarbij overwegen wordt om ze te laten versnellen, moeten goed onderzocht worden of zij er sociaal en emotioneel klaar voor zijn en of zij zelf gemotiveerd zijn om te versnellen.
  • Als het mogelijk is, is het goed om kinderen die bijvoorbeeld sneller naar het voortgezet onderwijs gaan met andere kinderen samen te laten gaan, in een groep.
  • Leerkrachten moeten er rekening mee houden dat de kinderen die niet geschikt lijken te zijn voor versnelling, kinderen die weinig motivatie hebben, sociaal teruggetrokken zijn en negatief staan tegen schoolwerk, juist de kinderen zijn die een versnelling nodig hebben.

Uit onderzoek van Leonieke Boogaard blijkt ook dat basisscholen veel argumenten tegen hebben. Zo is het belangrijkste argument de angst voor emotionele problematiek, direct gevolgd door de angst voor problemen op sociaal gebied en de angst dat het versnellen later in het voortgezet onderwijs problemen zal opleveren. Het belangrijkste argument om voor versnelling te zijn, is dat het kind op cognitief gebied beter in een hogere groep past. Andere argumenten om voor versnelling te kiezen, zijn de angst voor motivatieverlies en de kans op onderpresteren. Slechts een klein aantal scholen noemt het feit dat kinderen op sociaal gebied beter in een andere groep passen en meer kans hebben op aansluiting bij klasgenoten.

Bij argumenten voor wordt dus voornamelijk gekeken naar prestatie en motivatie, bij argumenten tegen wordt voornamelijk gekeken naar het sociaal-emotionele aspect. Dit is opmerkelijk, want volgens Hoogeveen, ontwikkelingspsycholoog en coördinator van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO), zouden argumenten gebaseerd op het sociaal-emotionele aspect juist bij de argumenten voor moeten horen!

Uit interviews die zijn afgenomen bij leerlingen die twee of drie keer versneld waren en hun ouders, blijkt ook dat de contacten met klasgenoten na de versnellingen in de meeste gevallen hetzelfde bleven of beter werden. Ouders geven aan dat het op jonge leeftijd naar het voortgezet onderwijs gaan niet alleen op cognitief gebied een goede stap is geweest, maar dat hun kinderen ook meer en beter aansluiting vinden bij klasgenoten.

Soms lijkt het er wel op dat versnellers vaker sociaal worden afgewezen dan niet-versnellers. Uit onderzoek van Hoogeveen blijkt dit probleem echter niet door het versnellen te komen, maar door de hoogbegaafdheid. Er is maar een heel klein verschil tussen versnelde en niet-versnelde hoogbegaafde leerlingen in sociaal opzicht, waarbij de versnellers in het voordeel waren. Ook hier blijkt dus dat versnellen geen probleem hoeft te zijn op sociaal gebied.

Uit het bovenstaande zouden we nu kunnen opmaken dat versnellen een goede keuze lijkt te zijn. Zo makkelijk is het echter niet. De keuze om wel of niet te versnellen, moet nog steeds met de grootste zorgvuldigheid genomen worden, ook al lijkt het positiever te zijn dan vaak wordt gedacht. Een belangrijk hulpmiddel bij het nemen van deze belangrijke beslissing, is de Versnellings WenselijkheidsLijst van het CBO. Met behulp van deze lijst, kunnen alle relevante factoren die meewegen bij de uiteindelijke beslissing om een leerling al dan niet te laten versnellen in kaart worden gebracht. Voor sommige hoogbegaafde kinderen is het al genoeg om het onderwijs bijvoorbeeld door middel van compacten en verrijking aan te passen. Voor leerlingen die ondanks deze maatregelen niet goed functioneren, kan gekeken worden of versnellen misschien een goede oplossing is. Daarbij moet rekening gehouden worden met tal van factoren buiten de intellectuele capaciteiten. Een belangrijke factor is bijvoorbeeld de houding van de leerkracht en de manier waarop de leerkracht denkt over de versnelde leerling in zijn of haar klas. Dit heeft namelijk grote invloed op de acceptatie door medeleerlingen.

Wel of niet versnellen, het blijft een keuze waar goed over nagedacht dient te worden. Hoogeveen adviseert de beslissing nooit alleen te nemen als ouders: ‘Zorg ervoor dat de school je ideeën en zorgen serieus neemt. Bespreek het open op school, je doet namelijk je kind tekort als je je inhoudt of denkt dat de leerkracht het beter zal weten. In het algemeen hebben ouders een goed zicht op de ontwikkeling van hun kind en vertrouwen ze te weinig op zichzelf en teveel op de leerkracht.’

Zie hier een recent artikel hierover.

Aarzel niet contact met mij op te nemen als je twijfelt of je kind een versnelling nodig heeft!

 

Share Button

© Kinderpraktijk Wijchen oktober 2012 Design door: Thomas Vink Webdesign